VERSLAG UIT DE RONDE De Ronde van Frankrijk heeft voor mij een magie die niet in woorden te vatten is. De oorsprong voor die gekte ligt in 1973, het jaar waarin Luis Ocana met zijn oranje Bic-trui ‘la Grande Boucle’ won. Dat jaar maakte de Tour een doortocht door België. Met mijn ouders en vele anderen stond ik al van ’s morgens vroeg langs het parcours. Op de renners was het lang wachten, maar ik zie ze nu nog altijd in een kleurrijke flits voorbij stuiven. Nog meer indruk maakte evenwel de publiciteitskaravaan. Als een kostbaar kleinood bewaar ik thuis een exemplaar van L’Equipe, de Franse wielerkrant die ik toen meegraaide. Deze zomer, 31 jaar later, kreeg ik de kans om zelf mee te rijden in de publiciteitskaravaan. De uitnodiging kwam van de collega’s van Sporta, de sportersvakbond van het ACV, die samen met de bevriende Franse vakbond CFTC twee auto’s in koers had. Over zo’n aanbod moest ik geen twee keer nadenken. De rit die ik mocht meemaken was de derde rit met vertrek in Waterloo en aankomst in Wasquehal.
We vertrekken anderhalf uur voor de renners en hebben een vaste plaats in de karavaan, na Cochonou en voor Aquarel. Al van bij de start is duidelijk dat het een volksfeest zal worden. God en klein Pierke zijn uitgerukt om de renners toe te juichen. In Braine l’Alleud vormen hoogbejaarden in rolstoelen een erehaag voor hun rusthuis. Iets verder wanen we ons terug op het slagveld van 1815, met ‘soldaten’ in Napoleontische en Pruisische klederdracht. En ondertussen maar zwaaien naar de mensen. En allemaal zwaaien ze terug! Met mondjesmaat strooien we Sporta-sleutelhangers in het publiek en voor ons zijn de Cochonou-meisjes druk in de weer met hun salamiworsten. Achter ons onderhoudt Aquarel het publiek met zijn ‘Cirque de la Grande Boucle’ en laaft de dorstigen met hun bronwater.
Vijftig kilometer rijden we over Vlaams grondgebied, doorheen het land van de Ronde van Vlaanderen. Geraardsbergen lijkt wel een belegerde stad. Zelden zoveel volk bijeen gezien. In Deux-Acren duiken we terug - en nu voorgoed - de taalgrens over. Na 118 kilometer zeggen we België vaarwel en verwelkomen het land van die andere ‘klassieker der klassiekers’. In het roemruchte Wallers laten we het bos links liggen en slaan achter het bekende café Carrefour de l’Arbre linksaf de ‘Pavé de Gruson’ in. Ivan Mayo en enkele anderen achter ons hebben het geweten. De aankomst ligt niet in Roubaix, maar wel in Wasquehal, een andere voorstad van Rijsel. Jean-Patrick Nazon is er ‘onze’ Tom Boonen te snel af. Marc Wauters maakt in de tumultueuze laatste kilometer een onfortuinlijke val. Hij maakt de wedstrijd uit, maar blijft lang na in de Rabobank-bus voor verzorging. Marc Leroy, de Sporta-man die de wielrenners met raad en daad bijstaat, informeert bij manager Theo De Rooij bezorgd hoe het met Wauters gesteld is. De Rooij is radeloos… maar noeste Wauters staat de volgende morgen opnieuw aan de start. Voor een volgende ‘etappe de la folie’.
Patrick Van Looveren |