Kartelvorming binnen de Profliga Het recht eindigt nog steeds aan de stadionpoort Tot enkele maanden geleden woedde er binnen de Profliga een interne oorlog met als dieptepunt de démarche van de zogenaamde G5 tegen voorzitter Jean-Marie Philips. Nu de gemeenschappelijke vijand - de 22-jarige talentvolle voetballer Davy De Beule – is opgestaan, worden de rangen echter opnieuw gesloten. De zaak ‘De Beule’ wordt door de Profliga aangegrepen om naast de wet van 24 februari 1978 ook de wet van 3 juli 1978 onder vuur te nemen. Deze wet verleent de speler het recht om net zoals elke werknemer zijn arbeidsovereenkomst eenzijdig te verbreken. Dat Davy De Beule zich niet op deze wet, maar op de algemene arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 beroept om zijn contract wegens dringende reden te beëindigen, is voor de Profliga slechts bijzaak. Het is al lang geweten dat de Profliga een document heeft ondertekend waarin de clubs verklaren geen spelers aan te werven die hun contract eenzijdig hebben verbroken op basis van de wet van 24 februari 1978. Sinds vrijdag 3 september bestaat er nu blijkbaar ook een gentlemen’s agreement om de wet van 3 juli 1978 niet toe te passen. Deze houding lijkt SPORTA bijzonder hypocriet en heeft alleszins veel weg van kartelvorming waarbij de clubs het zich veroorloven om de wetten van dit land naast zich neer te leggen, zogezegd in het belang van het Belgisch voetbal en respect voor de afgesloten contracten. Waar is het respect voor een contract als de club bij de minste terugval de trainer ontslaat ? Wie spreekt er over Mario Walravens, die zelf door zijn club VC Eendracht Aalst is ontslagen op basis van de wet van 24 februari 1978 ? Wie spreekt er over de tientallen spelers die op het eind van de transferperiode slechts een overgang bekomen indien ze afzien van alle achterstallige vergoedingen ? Wie spreekt er over de talrijke spelers met langdurige contracten die verkommeren in de speciaal voor hen opgerichte B- of C-kernen ? Dat de KBVB de vraag tot vrijgave van speler Davy De Beule niet inwilligt, is ook niet echt verwonderlijk. De Bond heeft in het verleden immers zelden blijk gegeven van doortastend optreden in andere moeilijke dossiers. In het glazen huis aan de Houba De Strooperlaan houdt men immers halsstarrig vast aan het Heilige Schrift - het Bondsreglement, alle arbeidsrechten ten spijt. Nochtans voorziet artikel IV/65 dat een speler zijn vrijheid kan verkrijgen in geval van eenzijdige verbreking van zijn contract wegens zware fout van de werkgever. De Bond beweert echter dat de in het artikel vermelde ‘zware fouten’ (niet betalen van loon of van de groepsverzekering) limitatief dienen geïnterpreteerd en geen ruimte laten voor andere tekortkomingen. De Bond ontvlucht eens te meer haar verantwoordelijkheid door zich achter de onrechtmatige interpretatie van haar bondsreglement te verschuilen om ‘haar’ clubs niet voor het hoofd te stoten. De Bond is verplicht het arbeidsrecht te respecteren en had moeten vaststellen dat het contract verbroken was en de beoordeling van de dringende reden overlaten aan de rechtbank. Door DE Beule niet toe te wijzen aan een nieuwe club, kiest zij partij voor Lokeren. Mogelijks is in geval van een internationale transfer van De Beule meer heil te verwachten van de FIFA, die onlangs de overgang van de Franse international Philippe Mexes van Auxerre naar AS Roma bekrachtigde na eenzijdige contractbreuk door de speler. Blijft de vraag waarom de befaamde wet van 24 februari 1978 menig clubleider van dit land slapeloze nachten bezorgt ? SPORTA begrijpt in ieder geval niets van alle commotie: er is in dit land geen enkele sector waar de werknemer in geval van eenzijdige verbreking van zijn contract een dergelijke hoge opzegvergoeding dient te betalen. Bovendien wordt de speler ook nog eens opgezadeld met een sportieve sanctie waardoor hij tijdens het lopende seizoen niet kan spelen voor een andere Belgische club. Als er één partij benadeeld wordt door de wet van 24 februari 1978 en zijn uitvoeringsbesluiten zijn het de spelers wel… Als we Mister Michel echter horen verkondigen dat hij de wet van 24 februari 1978 wil afschaffen, dan vindt hij in SPORTA een onverwachte bondgenoot. De schadevergoeding bij eenzijdige verbreking zal voor de speler gevoelig lager liggen, aangezien de wet van 3 juli 1978 integraal van toepassing wordt… Pikant detail: op een bepaald moment was er na het arrest Bosman binnen de FIFA zelfs sprake om de wet van 24 februari 1978 wereldwijd toe te passen. Het recent afgesloten gentlemen’s agreement toont aan dat clubs kost wat kost andere clubs die zware fouten maken in bescherming willen nemen. Dit is oneerlijke concurrentie ten overstaan van die clubs-werkgevers die geen chantage willen plegen om contracten te verlengen. Hoe kan je immers de concurrentie aangaan met clubs die de laatste maanden loon van spelers einde contract niet meer betalen, de patronale bijdragen voor de groepsverzekering inhouden op het brutoloon van de spelers, niet alle spelers aangeven aan de groepsverzekering of goedgelovige buitenlanders een riant nettoloon voorspiegelen op basis van een fiscale gunstmaatregel, terwijl ze er in de praktijk niet voor in aanmerking komen… Het zelfmedelijden van de clubleiders in de Profliga heeft lang genoeg geduurd. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat clubs in koor staan te roepen om overheidssteun, terwijl er voor elke speler slechts sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn op een geplafonneerd bedrag (1186,31 €/maand), ongeacht de werkelijke verdiensten. In feite moet de sociale zekerheid als hoofdsponsor van alle Belgische clubs dringend een plaatsje krijgen op de voetbalshirts. Zolang men in de sportwereld langs werkgeverszijde het sociale overleg niet ten volle erkent, blijft de rechtbank voor spelers als Davy De Beule de enige uitweg om hun arbeidsrechten gerespecteerd te zien. Het grote probleem voor het Belgisch voetbal is niet de vrijheidsdrang van de Belgische spelers, maar het gebrek aan respect voor het arbeidsrecht en het sociaal overleg. |